Uw mildheid moet bij alle mensen bekend zijn

Paulus, Fil. 4 - Introitus zondag 17 december

Parochiaan in beeld: "Maria is altijd bij mij"

Maria van Frieswijk

De tweede zondag in oktober is de dag waarop men in de Nicolaaskerk te Schalkaar Onze Lieve Vrouwe van Frieswijk vereert. In het recente verleden gebeurde dat nog een maand eerder maar nu is Maria van Frieswijk verbonden aan de oktobermaand. Zij is verbonden met de oude rozenkranstraditie in de parochie waardoor de mensen haar tevens betitelen als Koningin van de Heilige Rozenkrans.

Het houten beeldje van Maria van Frieswijk is al vanaf 1922 in bezit van de parochie, Pastoor Van den Burg heeft het toen laten restaureren. Onder pastoor van Wijk werd op 15 augustus 1953 na een plechtige Marialof het beeldje, dat al meer dan 500 jaar oud zou zijn door Malachias Muller, de toenmalige abt van Abdij Sion achterin de Nicolaaskerk in een speciale nis geplaatst.

Door de komst van het beeldje kreeg de Mariaverering een belangrijke impuls en bouwt men voort op een in Schalkhaar reeds lang bestaande Mariadevotie. 

De tweede zondag in oktober is dus de dag waarop de verering van Maria van Frieswijk plaatsvindt. Op deze dag krijgt het bijzondere beeldje van Onze Lieve Vrouwe van Frieswijk een speciaal plekje op het priesterkoor. Vele gelovigen zullen deze dag naar Schalkhaar komen om dit feest mee te maken, om bij het beeldje van Maria te bidden en een kaarsje aan te steken. 

Diene Beltman-Kolkman

Iemand die dan zeker niet zal ontbreken is Diene Beltman uit Schalkhaar, een groot Mariavereerster. Iedereen die wel eens bij haar thuis op bezoek is geweest zal begrijpen dat Diene een bijzondere vrouw is met een grote liefde voor Maria.

Komende in haar huiskamer zie je alle wanden van onder tot boven behangen met afbeeldingen van heiligen en dan met name van Maria. Ook prachtige beelden en kaarslicht sieren deze, bijna heilige ruimte. "Alle religieuze beelden, schilderijtjes en kaarsen in de woonkamer zijn stille getuigen van mijn geloof. Hier voel ik mij thuis en heel gelukkig, ik kan het niet onder woorden brengen", verzucht Diene terwijl ze haar handen op haar hart drukt en naar boven kijkt.

Vorig jaar na afloop van de Mariaprocessie zei Dine: "Wat mooi, wat mooi, de processie en het Lof. Dat voelt zo goed van binnen". Ze zucht, het geluk straalt van haar af, wat een dankbaar en blij mens. Wat fijn om haar te ontmoeten, een hand op haar schouder te kunnen leggen. In haar nabijheid zijn betekent warmte, de Liefde van de Heer en Maria wordt doorgegeven. "Ik ben blij dat mijn ouders mij vroeger naar de mis en het Lof stuurde. Eigenlijk zou ik willen dat er altijd Lof was, dat iedereen God voortdurend lof brengt. Dan zou de wereld er anders uitzien........."

Diene Beltman-Kolkman is op 12 maart 1926 in Colmschate geboren en heeft dus al de gezegende leeftijd van 91 jaar mogen halen.

Wat is ze dankbaar dat ze nog steeds in goede gezondheid van het leven mag genieten en zelfstandig naar de kerk kan gaan: "Elke dag is bij mij nieuw, wat ben ik gelukkig, ik ben er nog".

Als meisje van veertien moest ze aan het werk, zoals zoveel jongens en meisjes in die tijd dat moesten. Geld verdienen. "Ik heb tien jaar gewerkt bij de familie Haarman aan de Hagenvoorderdijk". Aan het einde van de oorlog werd haar ouderlijk huis aan de Colmschaterstraatweg in de brand geschoten, zoals vele boerderijen in de nabijheid van het Overijssels kanaal het loodje moesten leggen.

De familie Kolkman kreeg tijdelijk onderdak bij de familie Hofmeijer die ook bij het kanaal woonden maar hun boerderij bleef wonder boven wonder ongeschonden. De ouders van Diene lieten naast de afgebrande boerderij een noodwoning bouwen van de overgebleven stenen zodat de familie Kolkman weer een eigen dak boven het hoofd had. Op dezelfde kavel werd een nieuw huis gebouwd en deed de noodwoning vanaf die tijd dienst als kippenhok.

In februari 1952 trad Diene Kolkman in het huwelijk met Bats Beltman en ging bij hem en zijn moeder inwonen in het boerderijtje op de hoek van de Wilhelminalaan en de Kerkweg. Een jaar later werd haar eerste kindje geboren, Hein Beltman. Hij werd geboren in de week van de watersnoodramp. Diene en Bats kregen tien kinderen, zeven jongens en drie meisjes. Helaas was één jongen te vroeg geboren en overleed kort daarna. "Hij is nu mijn voorspreker bij Onze Lieve Heer en doet een goed woordje voor ons", zegt Diene met een grote glimlach. Diene heeft ook nog 15 kleinkinderen en 8 achterkleinkinderen.  

"In die tijd hadden we het niet te breed, mijn man was varkenshandelaar en thuis hadden we drie koeien en drie varkens om het huis lopen op grond van de kerk. Verder hadden we nog een paar kippen en daar moesten we van leven". Diene vond het jammer dat zij toen heel wat jaartjes niet aanwezig kon zijn tijdens de jaarlijkse Mariaprocessie want ze moest natuurlijk op de kinderen passen.

"Mijn schoonmoeder, die toen bij ons inwoonde zei tegen mij Aj getrouwd bint moet ie tuus blieven en veur de kinder zorgen maar gelukkig woonden we dichtbij het Pastoorsbos en ging ik met mijn kinderen achter de schuur bij de kippenren zitten zodat we de hele processie konden meebeleven". In die tijd stonden er nog niet zoveel huizen en was er minder lawaai op straat waardoor het geluid veel verder reikte dan vandaag de dag. Vooral de Mariaprocessie in 1953 was heel bijzonder, weet Diene. "Uit heel Overijssel kwamen Mariavereerders naar Schalkhaar toe, bussen vol. Wat een drukte want het was natuurlijk ook een hele bijzondere plechtigheid". Het houten beeldje van Maria van Frieswijk kreeg haar plekje in de Nicolaaskerk. Een jaar later, op 12 september 1954 werd het beeldje door Aartsbisschop Alfrink gekroond tijdens een speciale viering in het processiepark waar zo'n 7000 mensen getuige van waren. Het beeldje was vanaf deze dag voorzien van een kroontje van puur goud, bezet met briljanten.

Diene Beltman vervolgt: "Het eerste dat ik 's morgens doe is de lampjes bij de beelden aandoen, dan begin ik de dag met een kruisje en wijwater. Het kruisteken maken betekent voor mij het leven aanvaarden zoals het komt, in voor- en tegenspoed. Ben zo blij met de kerk, met Onze Lieve Heer", zegt ze in een tussenzin met stralende pretoogjes. Dan sta ik stil bij het beeldje van Gerardus, hij is een enorme steun voor mij".

Daarover heeft Diene ook nog een bijzonder verhaal over te vertellen. "Ik was op bedevaart in Overdinkel voor de Gerardus-verering, altijd in de tweede helft van oktober en mooi dat het daar was. Daar kun je ook prachtige souvenirs kopen, ik had het beeldje van Gerardus in mijn handen en dacht nee, ik ga het niet kopen want ik heb al zo veel. Ik was nog maar net weer thuis toen mijn jongste zoon kwam en zei: Ma, ik heb wat voor oe èkocht. En wat denk je, het beeldje van Gerardus. Op de vraag hoe hij het heeft verkregen antwoordde hij: O, van de rommelmarkt".

Diene schudt met haar hoofd en zegt: "Wat een wonder, ik had het beeldje graag willen kopen en nu krijg ik het. Gerardus help mij in nood, sta ons bij in leven en in dood, zeg ik altijd. Maar Maria blijft het voornaamste", haast Diene zich te zeggen. Alle dagen heb ik Maria bij mij, zij betekent heel veel voor mij. Ik kan haar niet missen, ik heb er heel veel steun aan, echt".

Engeltjes

Diene weet zich nòg een klein voorval te herinneren. "Met het Plechtig aannemen kreeg ik een beeldje van het Heilig Hart van de buurvrouw. Ik zei tegen mijn vader:  pa, ik wil zo graag engeltjes hebben en die wil ik er dan naast zetten. Ze had in de winkel van De Lange aan de Oerdijk een paar engelenbeeldjes zien staan en die wilde ze heel graag hebben maar hoe moest ze aan het geld komen? De vader van Diene vond dat ze de beeldjes zelf maar moest verdienen. Ze ging naar een boer met de vraag of ze kon helpen met knollen trekken, dat mocht. Voor een dubbeltje in het uur werkte Diene net zo lang totdat ze genoeg verdiend had om haar engeltjes te kunnen kopen. Dankzij de engeltjes zijn er dat jaar heel wat knollen uit de grond getrokken.

Ze had al een leeg sigarenkistje van haar vader gekregen, een mooi wit kleedje eromheen gedaan en het Heilig Hartbeeld erop gezet zodat de engeltjes daar later omheen gezet konden worden.

Ook een petroleumlichtje kwam erbij te staan. Zo knielde Diene geregeld om samen met haar engeltjes te bidden. Ook luistert ze thuis graag naar een bandje van een gezongen mis en vooral als een Marialiedje wordt gezongen. "Dan komt een stukje hemel op aarde, en wordt ik zo blij", benadrukt Diene.

Op de vraag of Diene ooit heeft overwogen om het klooster in te gaan zegt ze dat het niet veel had gescheeld of ze had die stap genomen. "Maar mijn vader wilde dat niet, hij zou het heel erg hebben gevonden wanneer hij mij dan alleen op zijn sterfbed had mogen zien". Vroeger waren de regels in een klooster strenger dan tegenwoordig en mocht het klooster alleen verlaten worden als vader of moeder op sterven lag. "Ook in huis kan ik veel goeds doen en mensen hulp bieden die dat nodig hebben. Daarvoor hoef je niet het klooster in. Maar wanneer ik tijdens een bezoek aan een klooster de zusters hoorde bidden en zingen dan genoot ik er van".

In 1970 verhuisde het gezin Beltman naar Frieswijk aangezien er geen mogelijkheid aan de Kerkweg was om de veestapel te kunnen uitbreiden. De Gemeente had een andere bestemming voor de gronden tussen de Wilhelminalaan en het Pastoorsbos.

Ook het huis was in deplorabele staat waardoor verhuizing de enige optie was. Het nieuwe onderkomen van de familie Beltman werd een boerderij met zes bunder grond aan de Frieswijkerweg, de veestapel werd vergroot van drie naar twaalf koeien. "Vanaf deze tijd ging ik met de kinderen ieder jaar weer naar de Mariaprocessie, wat een mooie tijd was dat om met z'n allen dit feest te beleven".

De oudere zonen waren inmiddels groot genoeg om mee te helpen op de boerderij.

Diene: "Pa, die nog steeds zijn werk had als handelaar zei: ik ga niet melken, dat moeten de jongens maar doen". Het werk werd hun met de paplepel ingegoten zodat één van de zonen rond 1990 het boerenbedrijf over kon nemen.

Bats en Diene gingen toen met drie zonen weer terug naar het dorp en vonden hun nieuwe woning aan de Kolkmansweg. Diene en haar zoon Antoon wonen er nog steeds. Ze kijkt al weer uit naar de tweede zondag in oktober om dan tezamen met alle gelovigen Onze Lieve Vrouwe van Frieswijk te vereren.

Naast de wekelijkse Eucharistieviering is zeker ook de jaarlijkse Mariaverering voor Diene een belevenis waar ze veel kracht uit haalt, het bidden van de rozenkrans en het zingen van Marialiedjes voelt voor haar heel goed. Thuis luistert ze bijna iedere dag naar het Rozenkransbandje en naar cassettebandjes met Marialiedjes.

Diene vindt ook het contact met de mensen zo waardevol: "Samen bidden en na afloop even een praatje maken, daar wordt ik heel gelukkig van en dat geeft mij veel steun". Diene wil graag naar de kerk: "De kerk, het huis van God, daar verblijf ik graag. Ik wordt er zo blij van en geniet ook als het koor zingt, veel mooier dan op de radio of televisie". Diene moet wel iets mankeren om niet naar de kerk te gaan, niet alleen op zondag maar ook op dinsdagochtend waar ze in de Vredeskapel de Eucharistieviering bijwoont. Na de Eucharistievieringen blijft Diene nog even zitten om in stilte te bidden: "Heilige Maria, blijf bij mij en bij allen die mij dierbaar zijn".

Voordat ze naar huis gaat loopt ze nog even over de begraafplaats waar ze de graven van haar dierbaren bezoekt.

Harry Mulder