Mijn huis zal een huis van gebed zijn voor alle volken

God in Jesaja 56, 1, 7 - Lezing zondag 20 augustus
Bereikbaarheidsdienst: 06 - 133 244 06

Wie Wat Waar Waarom

Wie Wat Waar Waarom

 

Hier lees je allerlei informatie en uitleg over alles wat we in de eucharistieviering nodig hebben.
Ook kun je hier lezen wie de H. Tarcisius is, de patroonheilige van de misdienaars.

 

 

 

De credenstafel


De credenstafel is de tafel waarop alles staat wat de misdienaar/acoliet naar het altaar en de priester brengt voor de viering van de Eucharistie .

1. KELK. Deze kelk is van verguld zilver of koper. In de kelk komt de wijn, die het Bloed van Christus wordt.
2. Op de kelk ligt de PATEEN, dat is een kleine ronde, vlakke en vergulde schaal, voorzien van een kruisje, waarop de grote hostie voor de priester ligt. Daaroverheen ligt een PALLA, een vierkant plaatje. Op de Palla ligt het  CORPORALE, een witte vierkante doek, die op het altaar wordt gelegd. Op het corporale zet de priester de kelk en de hostieschaal. In de kelk ligt ook vaak een kelklepeltje waarmee de priester water uit de ampul toevoegt aan de wijn in de kelk.
3. Op de kelk ligt ook een KELKDOEKJE. Daarmee maakt de priester na de communie kelk en hostieschaal schoon. Over de kelk ligt ook wel eens een KELKVELUM. Dat is een doek die alles afdekt. Het heeft de kleur van het Kazuifel. (niet afgebeeld)
4. Op de HOSTIESCHAAL liggen de hosties die Lichaam van Christus worden. Het is een mooie schaal waarvan de binnenkant van verguld zilver of goud is.
5. Water en wijn zit in de KANNETJES (die ook wel AMPULLEN worden genoemd).
6. Als alles op het altaar is gezet, wast de priester zijn handen. Daarvoor komen de misdienaars/acolieten met de WATERKAN en de SCHAAL van de HANDWASSING naar de priester.  En natuurlijk nemen ze ook een doek mee, zodat de priester zijn handen weer kan afdrogen.

Als er veel hosties nodig zijn, wordt de CIBORIE gebruikt.

Een ciborie is een soort kelk met een deksel. Vlak voor de communie haalt de diaken of acoliet ook altijd de ciborie uit het tabernakel.
Daarover heen hangt het Ciborievelum. Dat is een ronde doek die over de ciborie hangt als daar geconsacreerde Hosties in zitten. Het is een teken van eerbied en bovendien een middel om cibories met het Allerheiligste te onderscheiden van cibories met ongeconsacreerde hosties. In het midden van het ciborievelum zit een gat, omdat op de deksels van de meeste cibories een rechtopstaand kruisje staat.

 

H. Tarcisius

H. Tarcisius

‘Veel weten we niet over Tarcisius, een jongen die leefde in de derde eeuw. Men vertelt dat hij regelmatig de catacomben van Calixtus hier in Rome bezocht en bijzonder trouw zijn plichten als christen vervulde. Groot was zijn liefde voor de Eucharistie. Vermoedelijk is hij acoliet geweest en dus misdienaar. In die jaren was keizer Valerianus een hardvochtig christenvervolger. De christenen ontmoetten elkaar heimelijk om te bidden, het Woord van God te beluisteren en de heilige Mis te vieren. In die tijd werd ook het brengen van de Eucharistie naar gevangenen en zieken steeds gevaarlijker.

Op een dag vroeg de priester, zoals gewoonlijk, wie bereid was de Eucharistie naar de wachtende broeders en de zusters te brengen. De jonge Tarcisius stond op en zei: “Stuur mij!” Hij scheen echter te klein voor zo’n moeilijke taak. “Mijn jonge leeftijd”, antwoordde Tarcisius, “zal de beste bescherming zijn voor de Eucharistie.” Dat overtuigde de priester. Hij vertrouwde hem vervolgens het kostbare levensbrood toe en zei: “Tarcisius, denk eraan dat jij een hemelse schat in je zwakke handen houdt. Vermijd volle straten en vergeet niet om de heilige mysteries trouw en veilig bewaren.” “Ik zal eerder sterven, dan me die te laten afpakken”, antwoordde de jongen. Onderweg trof hij enkele kennissen, die hem uitnodigden mee te gaan. Toen hij dat afwees – het waren heidenen – werden zij wantrouwig en opdringerig. Zij zagen dat hij iets tegen zijn borst aandrukte, als wilde hij het verdedigen. Tevergeefs probeerden zij hem dat af te nemen. Het gevecht werd steeds wilder, vooral toen zij in de gaten kregen dat Tarcisius christen was. Zij trapten hem en gooiden stenen op hem, maar Tarcisius gaf niet op. Een pretoriaanse gardist, Quadratus, ook heimelijk christen, bracht de stervende Tarcisius naar een priester. Zijn lichaam was levenloos, maar vastgeklemd tegen zijn borst hield hij nog steeds het kleine linnen doekje met de Eucharistie. In de Calixtuscatacomben vond hij zijn laatste rustplaats. Paus Damasus maakt een inschrift voor zijn graf. Daaruit weten we dat Tarcisius in 257 gestorven is, volgens het Romeinse Martyrologium op 15 augustus.

Het getuigenis van de heilige Tarcisius toont ons de diepe liefde en grote verering die wij moeten hebben voor de Eucharistie. Zij is een kostbaar goed, een schat van onmetelijke waarde. Zij is Jezus zelf die voor ons tot spijs wordt, tot steun en kracht op onze dagelijkse levensweg en op onze weg naar het eeuwige leven. Zij is het grootste geschenk dat Jezus ons heeft nagelaten.’

Paus Benedictus XVII, 2010

Tarcisius is de patroon van de misdienaars en arbeiders. Hij wordt afgebeeld met de Heilige Communie, een palmtak en met stenen. Zijn gedachtenis is op 15 augustus. De palmtak is het teken van zijn martelaarschap en de stenen verwijzen naar de manier waarop hij gestorven is.