Uw mildheid moet bij alle mensen bekend zijn

Paulus, Fil. 4 - Introitus zondag 17 december

Parochiaan aan het woord

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest …

  • heilige_drie-eenheid.1.jpg

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest … ofwel de Heilige Drie-eenheid, met ons kruisteken

Nu is het feest van de heilige Drie-eenheid al een poosje achter de rug, maar ik was hierover nog aan het nadenken. Omdat het zo’n belangrijk symbool is, kruisteken en Heilige Drie-eenheid, dacht ik er nog een poosje over na – en schrijf ik nu mijn gedachten eens even op. Ik ben geen theoloog, wel parochiaan. Mijn conclusie is dat het idee van de Heilige Drie-eenheid een charmante oplossing is van een lastig theologisch probleem. In combinatie met het kruisteken is dit een subliem symbool.

Laat ik beginnen met het kruisteken

Hieraan hecht ik sterk als symbool van het christendom, vaak gebruikt in de RK Kerk, juist omdat het een kruis is en geen zwaard. Wij volgen de lijdende Christus na, niet de Profeet van de islam die zich liet verleiden om naast profeet ook rechter, staatshoofd en generaal te zijn, in die tijd en cultuur overigens niet ongebruikelijk.

Onze voorouders hebben wel eens het zwaard gebruikt, met de kruistochten bijvoorbeeld, maar dit zien we nu toch als een tijdelijk aanvechtbaar besluit en zeker niet als het symbool van het christendom. Christus liet zich niet verleiden; hij kwam niet te paard met escorte, maar op een geleende ezel naar Jeruzalem.

Godsbeelden

De mens kan God nooit helemaal kennen; dit gaat onze pet, ons verstand, onze dimensies te boven. We kunnen hooguit een glimp ontvangen, de Schrift lezen, de schepping bekijken, zelf gaan bidden en openstaan voor inspiratie of openbaring.

Toch wil de mens wel graag een beeld van God, en liefst een niet al te abstract beeld; liever iemand die je kunt aanroepen, tot wie je kunt bidden. Theologie kan dan ook niet echt de wetenschap van ‘het kennen van God’ zijn, alleen die van ‘het kennen van wat de mensen zoal van God gedacht en ervaren hebben’ – en dit is veel.

Laten we eens rondkijken in de wereld en de geschiedenis

Het Confucianisme en het Taoïsme gebruikten een woord dat meestal vertaald wordt als “hemelbewoners”. Daarna kwam het Boeddhisme, dat nul goden kent maar wel geesten kent, goede en kwade. De Boeddha is dus geen god, maar een goede geest.

In India treffen we het Hindoeïsme aan, dat juist heel veel goden kent en vereert. Een voor de landbouw, een voor dit, een voor dat, die allemaal vereerd moeten worden.

Gaan we verder naar het westen en verder in de geschiedenis, dan treffen we in wat nu Iran en Irak is Zoroaster aan, die in Iran nu nog gevolgd wordt. Hij beschreef twee goden: het Goede en het Kwade. Uiteraard moet het Goede winnen en daar moeten wij mensen dan aan meewerken door het goede te doen en het kwade te laten. Sterk hiermee overeenkomstig is met Manicheïsme van Mani, in dezelfde regio, maar iets later. Ook hij beschrijft twee goden: Goed en Kwaad, enzovoorts.

Toen al bestond ook het Joodse geloof, dat maar één God kent, wiens naam niet eens uitgesproken mocht worden. Deze God kon heel goed zijn, hij bevrijdde hen uit Egypte, reisde mee met hen in de woestijn, gaf water, manna en de Tien Geboden – en het Heilige Land. Dezelfde God kon ook heel kwaad worden als men naast Hem ook andere goden aanbad of zijn geboden niet volgde, maar uiteindelijk volgde dan altijd weer vergeving, genade en barmhartigheid. Dit was ook de God van Jezus; hij was immers een jood. Hij benadrukte de vriendelijke kant van God als “Onze Vader”.

Gaan we naar het oude Egypte, dan treffen we weer heel wat goden aan, elk met een eigen functie, verhaal en tempel of kapel. Waarom was de kat heilig in Egypte? Omdat je maar niet weet of die kat wellicht een gereïncarneerde godheid is, want goden konden incarneren.

Hiervan hebben de oude Grieken het nodige overgenomen; ook zij kenden vele goden, deels dezelfde als die van Egypte. Paulus was slim: hij ging prediken over “de onbekende god”, waar de Grieken wel oren naar hadden. Bij de filosofen, Socrates, Plato, Aristoteles, is twijfel te bespeuren of dat nu wel waar is, al die goden met een nogal menselijk karakter. De Romeinen namen op hun beurt het Griekse godendom over; ze gaven er alleen andere namen aan die we nog kennen als Jupiter, Mars, Venus, Saturnus en meer. Het oude Rome had dan ook veel tempels.

Het christendom

Dan komt er een grote omslag: het christendom wint het van het veel-godendom. Keizer Constantinus bekeerde zich in 319 tot het christendom en ja, zo ging dat in die tijd: het hele keizerrijk werd christelijk. Tempels werden omgebouwd tot kerken.

Dit had vergaande gevolgen. Als keizer, dus politicus, had hij graag één godsdienst met één leer voor zijn gehele rijk, in plaats van de veelheid aan geloofsovertuigingen die er toen binnen en rond het christendom waren. Er was toen een heftige discussie gaande of Jezus nu een mens was, God, of beide.

Hiertoe riep hij in 325 een concilie bijeen, om die ene juiste leer vast te stellen. Die leer kunnen we nog zien in ons Credo. Daarin treffen we de Heilige Drie-eenheid al aan. We lezen er over Jezus: Deum de Deo … consubstantialem Patri: God uit God … één in wezen met de Vader.

Dit is bevestigd en uitgewerkt door Augustinus, die hier veel over heeft nagedacht. Deze leer is bijbels, omdat ook Jezus duidelijk spreekt over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Nadat het Romeinse Rijk zich had opgesplitst in Oost en West, splitste ook het christendom zich in Oost en West. Waar Oost over viel, waren de letters “que” in “Filioque”, over de Heilige Geest dus “qui ex Patre Filioque procedit”, ofwel “Die voortkomt uit de Vader en de Zoon”. Dit kon niet, volgens hen.

Met de Heilige Geest …

… ging er iets mis; niet met de Geest zelf natuurlijk, maar met het menselijke beeld van de Heilige Geest. Deze bestond al veel langer bij de mensheid, maar voordien als Sophia, Wijsheid: een vrouw. De kerkvaders maakten daar en man van. De gelovigen op hun beurt wilden toch graag een tot een vrouw bidden, dus deden ze dit tot Maria als de Moeder van God.

Maria

Paus Pius XIIe kwam hierin tegemoet in zijn bul Assumtio Mariae van 1950. Het dogma is dat Maria als bruid met de zoon en als Sophia met de Godheid in “het hemelse bruidsvertrek” (thalamus) is verenigd. Zo trad een vrouw in het vertrek van de Heilige Drie-eenheid, alleen als ‘vierde persoon’,  niet als een vrouwelijke correctie op het beeld van de Heilige Geest. Deze bleef een man, “voortgekomen uit de Vader en de Zoon”. Tja, tegen de Kerkvaders ga je ook als paus niet in.

De islam

Na 632 kwam de islam op. De Arabieren waren er maar blij mee: eindelijk hadden zij ook een God, een Heilig Boek en een profeet, nog wel in hun eigen taal. Zoals de staatsman Constantinus één geloofsleer wel prettig vond in één rijk, zo wisten Mohammed en zijn opvolgers omgekeerd, vanuit de islam, van allemaal losse stammen en staatjes één groot rijk te maken met één godsdienst, de islam.

De islam kent expliciet maar één God, die geen kind(eren) of vrouw kan hebben, omdat hij nu eenmaal geen mens is, maar daar ver boven staat. Hier is de islam streng in.

Hierover gaat het beroemde boek De Duivelsverzen van Salman Rushdi. De mensen in Mekka vereerden nog drie godinnen, of eigenlijk “Verheven Geesten”, die hun zeer dierbaar waren en die ook een tempel hadden. In het verhaal geeft de Profeet toe dat die kunnen bestaan, niet als goden, wel als Verheven Geesten en dat je die mag aanroepen als bemiddelaars tussen God en mens. Hiermee loste hij een conflict binnen Mekka op. Dit zou hem dan door de duivel ingegeven zijn, waarna de engel Gabriël hem corrigeerde en hem ertoe aanzette die verzen te schrappen, waarna het conflict dus weer losbarstte.

Over conflict gesproken, al snel na Mohammeds dood dook het ‘eeuwige’ en tot nu toe onoplosbare conflict tussen de soennieten en de  sji’ieten; dit conflict ging over de opvolging van de profeet. Ook de islam kent vele richtingen, rechtsscholen, theologische scholen en groeperingen. Er is niet één islam; denk aan de alavieten, de soefisten en zo meer, die sterk verschillen van de salafisten en de huidige jihadisten. 

De Reformatie

Laten we in het Luther-jaar nog even vermelden dat er met de Reformatie een correctie kwam op de praktijk en de leer van de toenmalige Rooms-Katholieke Kerk. Denk aan de pracht en praal van de paus, de strijd tussen de pausen, de aflaten en de gedachte dat de gelovigen een priester nodig hadden als kenner van de Bijbel en als middelaar tussen God en mens.

Hierop volgde (dus) de Contra-Reformatie, waarin de RK Kerk zich weer wat bijstelde en weer verder kon als één kerk. Wat er ook op volgde waren een eindeloze serie splitsingen in de protestantse kerken – nu dreigt er alweer een afsplitsing van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk, zelf al een afsplitsing, vanwege de vrouw in het ambt - met nu nog zoveel nominaties die die voor de gemiddelde mens niet uit elkaar te houden zijn. Gelukkig waait er nu een meer oecumenische wind.

Wat wel opmerkelijk is, is iets dat je meteen kunt zien als je een kerk binnenkomt, en al zeker de Broederenkerk: wij kennen ook heiligen, heel veel zelfs: patroon van de zeevaart, van steden en landen, beroepen en zieken, dus afgrensbare en daardoor herkenbare personen. Vroeger had elke dag zijn eigen heilige en moesten ze soms samen van één dag doen, waarna voor de zekerheid nog Allerheiligen werd gevierd. Geen goden, wel hemelbewoners, zoals Confucius, de Tao, het Boeddhisme en meer die al kenden.

God als persoon

Hier stuiten we op een theologisch probleem: is God een persoon? Ons begrip “persoon” staat of valt toch bij het begrip “grenzen”. Een van die grenzen is dat de mens geboren wordt en sterfelijk is en dat de ene mens de andere niet is. Is God dan niet almachtig en eeuwig – dus grenzeloos – dus geen persoon?

Als ik in mijn proefschrift beweer dat de groepsleiding in een tehuis zich “als persoon” moet opstellen, dus niet als ‘een team als eenheidsworst’, en de kinderen moeten benaderen “als persoon”, dus niet alleen als lastige groep of als een wandelende diagnose, dan gebruik ik dit begrip “persoon” als iemand met grenzen die per persoon mogen verschillen, zowel bij de groepsleiding als bij de kinderen; grenzen die zij ook mogen hebben, die zij, leiding en kinderen, aan mogen geven en die gerespecteerd dienen te worden. Dan krijg je een humaan en hopelijk zelfs een therapeutisch groepsklimaat waarin de kinderen als persoon kunnen groeien.

Een creatieve oplossing

Welnu, de oplossing van dit probleem om God te gaan zien als één God in drie personen is de meest creatieve en logische oplossing die ik ken. De oplossing is ons al aangereikt door Jezus, een betrouwbare bron dus, en verder uitgewerkt door onze Kerkvaders. De abstracte God wordt voor de mens herkenbaar en aanroepbaar. Tezamen kunnen ze eeuwig bestaan en heel wat in hun macht hebben, zij het dat zij een groot deel van die macht hebben afgestaan door de mens een vrije wil te geven.

Zo zijn God, althans het beeld van hem, en de mens elkaar meer nabij en kunnen ze elkaar aanroepen resp. inspireren of iets openbaren. God werd mens(elijk), de mens kan een beetje goddelijk worden, ofwel het goddelijke dat al als vonk in de mens aanwezig is, niet doven maar aanwakkeren tot een vlam. “Van vonk tot vuur”, zo heette destijds een beleidsstuk van deze parochie. Een mooie titel.

Mooi blijf ik ook die Heilige Drie-eenheid vinden, al zag ik de Heilige Geest liever als vrouw en zie ik, met de Maristen, Maria graag als heilige en aanroepbare vrouw die ons tot voorbeeld mag strekken, inspireren en helpen. In het intentieboek in de bidkapel wordt zij herhaaldelijk aangeroepen.

Mooi blijft ook de combinatie met ons kruisteken:

“In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – Amen”

Frans, parochiaan van de Broederen.