Ik ben het levende brood dat uit de hemel neergedaald is

Jezus in Joh. 6, 51 - Evangelie van zondag 19 augustus

Parochiaan aan het woord

Paulus lezen is avontuurlijk!

  • paulus_2.jpg

Zoals ik hier al schreef, lees ik nu, nog steeds, een boek over Paulus, namelijk:

o    Paulus, Onze liefste Vijand, door Karen Armstrong; vertaald, Hollands Diep / Overamstel, Amsterdam 1016.

Dit is zeer avontuurlijk.

Ik lees het namelijk zo: het boek heeft tal van noten achterin staan. Als nu op een gegeven moment al die noten gaan over het boek Handelingen, dan lees ik dat eerst, en dan weer verder. Zo heb ik intussen ook o.a. de brieven aan de Galaten en die aan de Korintiers gelezen - zie de spreuk hierboven - en ben ik nu beland in de brief aan de Romeinen.

Het genoemde boek geeft de historische achtergronden weer, waardoor de handelingen en brieven van Paulus ineens een heel stuk begrijpelijker worden. Het heeft mijn kijk op Paulus intussen al grondig veranderd. Ik had altijd wat moeite met zijn theologie, nu soms nog, maar als mens ben ik hem zeer gaan waarderen, zoals ik al schreef: Wat die man allemaal heeft afgereisd, en dat met de vervoersmiddelen van die tijd: enorme afstanden. Zoiets doe je niet als je niet overtuigd bent van de opstanding van Christus en van zijn boodschap.

Paulus botste nogal eens,

o   met de Joden: over de oude wet en vooral over de verplichte besnijdenis daarin,
o   met de Romeinen, die de keizer als een God vereerden, waardoor "de Zoon van God" een zeer beladen term werd,
o   met de christenen, die niet altijd zo (sober, vrijgevig enz.) leefden als Paulus zelf, maar ook
o   met zijn mede-apostelen in Jeruzalem, in het bijzonder Petrus ('Apostel der Joden') tegen Paulus ('Apostel der heidenen'), maar dit geschil is opgelost, naar in de Handelingen geschreven staat, met behulp van de Heilige Geest.

De brief aan de Romeinen

Nu dus deze brief: zware kost! De tekst wemelt van de woorden "want", "immers", "omdat", "opdat" en dergelijke woorden, dus van redeneringen: meer theologie dan pastoraat. Paulus zet eens even de theologische puntjes op de i voor de christenen te Rome.

Al in het eerste hoofdstuk zien we "De schuld der heidenen en hun straf", "Het oordeel Gods over de Joden"  en "Alle mensen zijn zondaars", om maar even enkele titels in de Willibrordvertaling te noemen. Al in het eerste hoofdstuk stuiten we op een tekst tegen homoseksualiteit: vers 24 t/m 28:

"De majesteit van de onvergankelijke God hebben zij [de heidenen] verruild voor de afbeelding van de gestalte van een sterfelijk mens en van vogels en van viervoetige en kruipende dieren. Daarom heeft God hen prijsgegeven aan hun onreine begeerten, zodat zij hun eigen lichaam onteren. [...]
Daarom heeft God hen overgeleverd aan onterende hartstochten. Hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke gemeenschap met vrouwen opgegeven en zijn in lust voor elkaar ontbrand: mannen plegen ontucht met mannen. Zo ontvangen zij aan den lijve het verdiende loon voor hun afdwaling."

Poeh poeh! Daar denken wij nu toch anders over. Plaats de tekst dus maar in de context van die tijd.

Markant in de redenering vind ik dan dat God dit doet: Hij heeft hen "prijsgegeven aan .." en "overgeleverd aan ...", dit dan wel als gevolg van hun eigen doen en laten, namelijk niet geloven terwijl het geloof hun wel gepredikt was. Uiteindelijk bepaalt God dus ons leven hier en in het hiernamaals, maar wel op grond van wat wij zelf doen en laten.

Markant genoeg komt een dergelijke redenering ook in de Qur'an voor, zij het dat het daar ook Allah is die de mensen eerst doet dwalen en hen daar later voor straft. Dit doet denken aan de predestinatie: dat God alles heeft voorbestemd. Deze leer leeft nog wel bij de orthodoxen; niet meer bij de meer modernen. In de leer van de RK kerk komt hij bij mijn weten niet (meer?) voor.

We lezen verder ...

... en dan kom ik aan hoofdstuk 4, getiteld "Abraham, door het geloof gerechtvaardigd".

Het verbaasde mij dat mijn Willibrordvertaling niet stampvol stond met onderstrepingen, kleurmarkeringen en opmerkingen in de kantlijn: ik had dit toch al eerder gelezen? Ja, in de nieuwe vertaling, die daar dan ook aardig vol mee staat. Nu begon ik opnieuw in de Willibrord vertaling.

Sola fides, sola gratia, sola scriptura

Wel, nu staat er bij dit hoofdstuk bij mij in de kantlijn steeds bijgekriebeld: "Sola fides, sola gratia, sola scriptura", een beroemde spreuk: "Alleen het geloof, alleen de genade, alleen de schrift [kan ons rechtvaardigen]" - nee, geen spreuk van Paulus zelf, maar wel aan hem ontleend en zeer geliefd bij onze Protestantse medechristenen.

De gehele tekst benadrukt steeds weer dat wij niet op eigen kracht "gerechtvaardigd kunnen worden", maar alleen door het geloof, alleen door de genade en alleen door de schrift. Een lastig begrip al: gerechtvaardigd worden.

Deze discussie speelde vooral tijdens de Reformatie, die zich dan ook o.a. op Paulus beroept. Luther de andere reformatoren ('protesterenden' = 'protestanten') verzetten zich immers krachtig tegen de praktijk van de aflaten, toen gebruikelijk in de RK kerk van toen. Je kon een priester geld geven, waarna deze ervoor zorgde dat je zonden werden vergeven en dat je dus in de hemel zou komen. Je kon ook "een goede daad verrichten" met hetzelfde effect. Hiertegen verzette de Reformatie zich krachtig.

Impliciet zette men achter de bovenstaande spreuk nog een conclusie: "dus niet door de werken", m.a.w. niet door die goede daden, nee, helemaal niet door de mens zelf dus. Plus, wat dat "sola scrpitura"betreft, de conclusie "dus niet door de dogma's van de RK kerk", aangevuld met "en ook niet door de priesters van de kerk: wij kunen die bijbel zelf wel lezen!". Dit heb ik van wijlen mijn broer, geschiedkundige, die hier een heel boek over heeft geschreven.

Intussen zijn we weer een paar eeuwen verder...

... en zien we onze Protestantse medechristenen zich beijveren in "goede daden en doelen" in tal van vormen van medemenselijkheid, humanitaire hulp, caritas en ander vrijwilligerswerk, dus dit verschil is wel verdwenen en geen twistpunt meer.

We stomen langzaam op naar meer oecumene, meer eenheid onder de christenen, iets waar overigens ook Paulus herhaaldelijk en hartstochtelijk pleit - anders wel Jezus zelf, die in Joh 17, 21 bidt: "opdat zij allen één zijn".

Frans, parochiaan van de Broederen.