De Heer ... heeft geduld met u

Petrus, 2 Petrus 3, 9 - Lezing, zondag 10 december

Geschiedenis caritas

Geschiedenis caritas

Geschiedenis van de diaconie en caritas in beknopte vorm

De Kerk in de eerste eeuwen

In het Nieuwe Testament wordt het woord diakonia (dienst) heel breed gebruikt voor alle dienstwerk binnen de Kerk. Het uitgangspunt ligt in het leven van Jezus Christus: zijn leven in daad en woord als diaconie: niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Diaconie krijgt al snel ook meer concrete betekenissen, bijvoorbeeld de collectes voor arme christelijke gemeenten en de zorg voor armen, weduwen en wezen. Daarvoor worden diakens gewijd (zie Handelingen 6,1-7). Deze diakens blijken later ook volop geloofsverkondigers te zijn. Geloven is een kwestie van woord èn daad. Als er bisschoppen komen, krijgt het dienstwerk voor de armen een belangrijke plaats. Als vader der armen zorgde de bisschop voor een goede diaconale organisatie. Als advocaat van de armen kwam hij voor hen op. Als opzichter van het kerkelijk bezit was hij beheerder van het erfdeel van de armen: het vierde deel van het kerkelijk bezit dat aan armen ten goede moest komen. Bij de uitvoering van al deze taken werd de bisschop bijgestaan door het college van diakens: een tweede kring van medewerkers naast de priesters. 

De Middeleeuwen: de werken van barmhartigheid

Uit verhalen en schilderijen van de Middeleeuwen kennen we de zeven werken van barmhartigheid. Zes daarvan gaan terug op Matteüs 25: die honger heeft te eten geven, wie dorst heeft te drinken geven, vreemdelingen opnemen, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken. In 1207 heeft Paus Innocentius III daar als zevende aan toegevoegd: de doden begraven (Tobit 1,17-18). 

De Moderne tijd: Rerum novarum en Alphons Ariëns

Toen er ten gevolge van de industrialisatie grote armoede ontstond onder de arbeiders in Europa, heeft Paus Leo XIII met zijn encycliek Rerum novarum (1891) een grote impuls gegeven tot een eigentijds sociaal denken in de Kerk. Inzet voor gerechtigheid en de bestrijding van armoede en de gevolgen daarvan, werden in het middelpunt geplaatst. Overal in Europa ontstonden Katholieke arbeidersbewegingen. In ons land, en speciaal in ons bisdom, werkte de priester Alphons Ariëns helemaal in de lijn van Leo XIII. Zo werd Ariëns de pionier van de verbetering van het lot van de arbeiders en hun gezinnen.  

Caritas en Parochiële Caritas Instelling

In 1853 werd in Nederland de bisschoppelijke hiërarchie hersteld en werd de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk weer ‘een normale Kerk’. Daar hoorde vanzelfsprekend ook de  caritas (liefdadigheid) bij. Toen de regering in 1854 met de eerste Armenwet kwam, reageerden de bisschoppen daar onmiddellijk op met hun Algemeen Reglement voor de besturen der parochiale en andere katholieke instellingen van liefdadigheid. Alle parochiële instellingen en activiteiten voor liefdadigheid vielen voortaan onder de zeggenschap van een eigen door de bisschop benoemd bestuur. Dit bestuur was onafhankelijk van het parochiebestuur, beschikte over eigen geldmiddelen en was alleen aan de bisschop verantwoording schuldig. Ook alle niet-parochiële instellingen voor liefdadigheid, zoals ziekenhuizen, vielen voortaan onder bisschoppelijk toezicht. Naar de overtuiging van de bisschoppen vloeide liefdadigheid automatisch voort uit de zending van de Kerk.

In 1963 kwam de regering met de Algemene Bijstandswet: de burgerlijke overheid nam de zorg op zich voor iedere Nederlandse burger die zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt. De bisschoppen reageerden op de nieuwe situatie met het Algemeen Reglement voor de Parochiële Caritas-instelling (PCI). Het bisschoppelijk toezicht op het terrein van de caritas beperkt zich voortaan tot de parochiële activiteiten en initiatieven van het bisdom.

Onder caritas wordt verstaan: Het vanuit christelijke overtuiging gestalte geven aan de opdracht van de Kerk om dienstbaar te zijn aan de samenleving door aandacht te wijden aan de concrete noden en behoeften van personen en groepen van personen en daardoor bij te dragen aan het bevorderen van sociale rechtvaardigheid’ (1963).

In reactie op nieuwe ontwikkelingen in de parochiële organisatie komen de bisschoppen in 1991 met een nieuw Algemeen Reglement voor het bestuur van een (inter)Parochiële Caritasinstelling in de Nederlandse R.K. Kerkprovincie. De omschrijving van caritas werd gehandhaafd. De bisschoppen benadrukten dat de PCI haar beleid moet voeren in goede samenspraak met de parochie (pastoor en parochiebestuur). 

Een nieuw woord: Diaconie

Tot ongeveer 1960 was het woord ‘diaconie’ in Nederland een typisch protestants woord en in de katholieke wereld nagenoeg onbekend. In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw kwam in de Kerk de maatschappelijke taak van de christen opnieuw onder de aandacht, onder invloed van maatschappijkritische stromingen, de vredesbeweging, emancipatiebewegingen, groeiende belangstelling voor ontwikkelingsproblematiek..We zien hier een grote verruiming van het veld van de diaconie.

Er ontstonden werkgroepen Kerk & Samenleving, Missie, Ontwikkeling en Vrede (MOV) en Kerk & Werk. Dit hele veld kreeg de naam ‘diaconie’. ‘(Parochiële) Diaconie is allerlei manieren waarop groepen van christenen (waaronder parochies) zich solidariseren met mensen in nood en/of (mee)werken aan het oplossen van maatschappelijke problemen’ (1987). In aansluiting hierop wordt ook vaak als omschrijving gegeven: ‘Diaconie is de christelijke dienst van zorg, strijd/verzet en solidariteit ten dienste van mensen in nood.’

Vanwege het besef dat veel lijden en nood mede het gevolg is van menselijk onrecht komt hier een nieuw kernwoord naar voren als onderdeel van diaconie: ‘gerechtigheid’ als aanvulling en correctie op de oude woorden barmhartigheid, caritas en liefdadigheid.

Diaconie en caritas in de heilige Lebuinus parochie

In de lijn van de hierboven geschetste ontwikkelingen is er bij het ontstaan van de grote Lebuinusparochie en de fusie van de verschillende ‘caritassen’ in Zuidwest-Salland nadrukkelijk gekomen voor het samen optrekken van diaconie en caritas. Het nieuwe PCI-bestuur bestrijkt in nauwe samenwerking met het pastoraal team als pastoraal verantwoordelijk het gehele gebied van de diaconie. Het bestuur maakt beleid, ondersteunt en faciliteert de vele diaconale werkgroepen in onze parochie.

(Historisch overzicht ontleend aan: Kadernota Diaconie Aartsbisdom Utrecht, november 2005)