zeventiende zondag door het jaar
28 juli 2010
Eerste lezing Gen. 18, 20-32
tweede lezing Kol. 2, 12 - 14
evangelie Lc. 11, 1 - 13
Broeders en zusters in Jezus Christus,
In India heb ik vaak van de christenen gehoord : Het gezin dat bidt, blijft in verbondenheid. Vandaag hoorden wij in het evangelie over gebed van onze Heer. Wat is een gebed? Waarom moeten wij bidden? Als wij bidden, bidden wij altijd voor eigen intenties? Dit zijn de vragen waaraan ik graag in mijn preek aandacht wil schenken.
In misdaadseries komt vroeg of laat het moment, dat de misdadiger ontmaskerd wordt en dat hij wordt gewaarschuwd: ‘Alles wat je verder zegt kan tegen je gebruikt worden; je mag een advocaat bellen’. Dit is een vast gegeven in ons rechtssysteem: niemand is schuldig totdat zijn schuld bewezen is. En iedereen heeft recht op verdediging door een advocaat die verzachtende omstandigheden kan aanvoeren en kan verontschuldigen. Politieke systemen waarin dit principe niet gerespecteerd wordt, wijzen we af als onbeschaafd.
Misschien denken we, dat dit een verworvenheid is van onze moderne samenleving. Maar als we de eerste lezing goed beluisteren, kunnen we horen dat God zelf een advocaat lijkt te zoeken voor de mensen van Sodom die zich om God noch gebod bekommeren. Hij gaat rechtspreken over een stad, die in zijn ogen schuldig is aan het verkrachten van het recht van de kleine mens en het schenden van de gastvrijheid. Hij vertelt aan Abraham wat zijn uitspraak zal zijn en hoe de straf zal worden uitgevoerd. God doet dat niet, zo lijkt het, om Abrahams nieuwsgierigheid te bevredigen. Nee, hij geeft daarmee aan Abraham de taak om op te treden als advocaat voor de stad.
Weliswaar heeft Abraham ook een neef in Sodom wonen, maar zijn pleidooi betreft de hele stad. Abraham pleit bij God, dat hij de boosdoeners van de stad zal sparen omwille van de rechtvaardigen. Hij doet een beroep op God om zijn barmhartigheid voorrang te geven boven zijn rechtvaardigheid. Heel bekwaam weet hij het getal van de vereiste vijftig rechtvaardigen terug te brengen naar tien. Door die tien kan heel de stad gered worden. Abraham was een bekwaam advocaat, opkomend voor de mensheid, voor goeden en slechten.
Door het voorbeeld van Abraham worden ook wij opgeroepen voor elkaar ten beste te spreken. Een bekwame advocaat zijn is niet gemakkelijk. De leerlingen vragen dan ook aan Jezus: ‘Als we advocaat moeten zijn, als we moeten bidden, als wij uw mensen, hun noden en gebreken voor U moeten brengen, welke woorden moeten we dan gebruiken, want we willen het goed doen’? Jezus geeft hun dan de woorden van het Onze Vader: ‘vraag dan voor jezelf en voor hen om het rijk van God, om dagelijks brood en vergeving van schuld’.
Het is jammer, dat in onze tijd vaak gehoord wordt: ‘Och, altijd weer dat Onze Vader”, het wordt maar afgeraffeld, woorden zonder er bij te denken. Mijn kinderen hoeven het niet te leren. Ik vind het beter dat ze met eigen woorden bidden. Recht uit het hart.
Begrijp me goed, geen kwaad woord over het bidden met eigen woorden om zo je nood en alles wat je bezighoudt voor te leggen aan God. Maar tegelijkertijd zou ik een lans willen breken voor dat eeuwenoude gebed het Onze Vader, om bij God te pleiten voor zijn mensen. Het kan waar zijn, dat we het honderden keren bidden zonder erbij na te denken en dat het dikwijls alleen maar lege woorden zijn. Maar plotseling komt het moment, dat we samen geen raad weten: omdat iemand ernstig ziek is in ons midden, misschien zelfs zo ernstig, dat we afscheid moeten nemen. Voor die omstandigheden hebben we samen woorden gekregen. De eigen emoties van het hart krijgen hun uitdrukking in een gebed, dat we samen kunnen bidden. Al die keren, dat we het gebed ondoordacht hebben uitgesproken, krijgen op zo’n moment hun volle betekenis. Omdat we zó, zieken en gezonden samen, een woord hebben om ons te richten tot onze God. Zo zijn we gezamenlijk advocaat voor degenen die het moeilijk hebben. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood, vergeef ons onze schuld’. Op zo’n moment besef je ten diepste wat je bidt. Ons hart is dan heel dicht bij ons woord.
Er zijn in het leven omstandigheden genoeg, waarin je elkaar en God op die manier kunt bereiken. Dat is immers de bedoeling van een kerk: opkomen voor elkaar en bidden tot de Heer om nabijheid en barmhartigheid.
Soms hebben wij een nood om te bidden. Maar als wij bidden, bidden wij altijd als een advocaat voor alle mensen die in een noodsituatie zijn. Iedere christen is een advocaat die voor de andere mensen kan bidden.
G. Sebastian