In die dagen zal de Heer ... voor alle volken een maaltijd aanrichten

Jesaja 26, 6 - Lezing op zondag 15 oktober
Bereikbaarheidsdienst: 06 - 133 244 06

Preken

Preek 6 augustus 2017 - feest van de Gedaanteverandering van de Heer

Daniël 7,9-10.13-14; 2 Petrus 1,16-19; Matteüs 17,1-9

Waarover spraken zij? Jezus ontmoet Mozes en Elia –dat mag je met een gerust hart een topontmoeting noemen, niet alleen vanwege de plaats, ‘boven op een hoge berg,’ maar nog meer om de personen. Helaas wordt ons niets onthuld over hun onderhoud. Geen korte persconferentie of verklaring achteraf, laat staan interviews. Geen commentaar. Misschien komen we toch iets te weten als we eens kijken wie de bijbelse gesprekspartners van Jezus zijn. Mozes en Elia zijn de grote profeten uit het Oude Testament. Ze leven in verschillende tijden en ook hun levens zijn heel verschillend. Maar er zijn ook een paar opvallende overeenkomsten. Zowel Mozes als Elia hebben te maken met grote tegenslag in hun profetenleven. Mozes ervaart dat het volk zich van God en hem afkeert als de tocht door de woestijn zwaarder blijkt te zijn dan gedacht. Elia leeft in een tijd dat grote delen van het volk (inclusief het koningshuis) geen aanhanger meer is van de God van Abraham, Isaak en Jacob. Beide profeten worden getroost door een intense godservaring. Die ervaring of ontmoeting vindt plaats op de berg Horeb. Daar ervaren ze de troost van Gods aanwezigheid en steun bij hun profetische opdracht. Zou dat nu ook onderwerp van gesprek zijn: de levensopdracht van Jezus, zijn naderende lijden, maar ook de ervaring van Gods nabijheid? Die nabijheid blijkt uit de gedaanteverandering: Jezus staat plotseling in hemels licht èn Gods stem klinkt vanuit de hemel. Op weg naar Jeruzalem wordt Jezus even opgetild en getroost. Even is er een glimp voorbij het lijden. Bij God heeft het lijden niet het laatste woord.

We vieren vandaag het Feest van de Gedaanteverandering van de Heer. Het is een oud feest dat zowel in de westerse als de oosterse kerk gevierd wordt. Waarschijnlijk is het ontstaan bij de inwijding van drie kerken bovenop de berg Tabor in Galilea. Het is een feest waarin Jezus ons stralend tegemoet komt. Hij is Gods Zoon, die weliswaar lijden en dood op zijn pad zal vinden, maar nu al belichaamt dat God in en door Hem aan het licht komt. Op de berg ontmoeten God en mens elkaar, het tijdelijke en eeuwige raken elkaar.

Voor de leerlingen is dit een onthutsende ervaring. Aanvankelijk wil Petrus nog drie tenten bouwen. Maar hij komt er snel achter dat het hier gaat om een visioen, om een blik in een andere dimensie. De gedaanteverandering van Jezus en de ontmoeting met Elia en Mozes worden onmiddellijk gevolgd door een stem uit een lichtende wolk. Een wolk die licht geeft en uit die wolk een stem: het is een mysterieus gebeuren. God is als het ware aanwezig en afwezig tegelijk. Een wolk onttrekt zijn aanwezigheid aan het gezicht, maar de wolk geeft wel licht. Je zou het Gods verborgen aanwezigheid kunnen noemen. De Stem herhaalt de woorden die klonken bij Jezus’ doop in de Jordaan. “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.”(Matteüs 3,17) en voegt eraan toe dat de leerlingen naar hem moeten luisteren.

Wat hier gebeurt, hebben de leerlingen waarschijnlijk pas na de dood en verrijzenis van Jezus kunnen begrijpen: God is in en door Jezus onder ons aanwezig gekomen. Daarenboven is de gedaanteverandering van Jezus ook voor ons een belofte dat God ons wil optillen. Ook voor ons heeft lijden en dood niet het laatste woord. We zijn geschapen als beeld van God en door onze Doop zijn wij zelfs aangenomen als kinderen van God. Het goddelijke licht dat door Jezus straalt, straalt ook door ons. We mogen het ontvangen en doorgeven. Misschien kan het ook ons tot troost zijn als lijden en tegenslag ons treft. Dan toch te beseffen dat God met ons gaat en onze toekomst het goddelijk licht is.

Diaken Marc Brinkhuis