Ga met God en Hij zal bij u zijn

Lied, oecumenische viering 4 november

Preken

Eucharistieviering 11e zondag door het jaar, 16/17 juni 2018, Lettele en Schalkhaar

Eucharistieviering 11e zondag door het jaar, 16/17 juni 2018, Lettele en Schalkhaar.

Beste mensen, broeders en zusters in Christus,

Het gaat in het evangelie dus over het rijk Gods. Het is en blijft een prikkelende vraag die ooit is gesteld. “Dat Koninkrijk van U, wordt dat nog wat?”. Dat kun  je je in ieder geval in goede moede afvragen. Al klinkt het wel alsof er verantwoording moet worden afgelegd. Tegelijkertijd is dan ook de  vraag of  je wel weet wat er met dat Koninkrijk wordt bedoeld? Want daarvan wordt  elders in het evangelie onder meer gezegd, dat het midden onder ons is, dat je er niet ver van af kunt zijn, dat het is als zuurdeeg of als een schat in de akker en ga zo maar door. En het veronderstelt natuurlijk ook geloof in de persoon van Jezus Christus.

God is en blijft in onze wereld aan het werk en onder ons op meer of minder verborgen wijze aanwezig. Een gelijkenis of parabel maakt dat op geheel eigen wijze duidelijk. Via het beeld van het zaad wordt ons dat voorgehouden. Dat beeld is zo rijk en veelbetekenend dat het we vast dienen te houden. Dat wil zeggen, als je wil weten hoe God werkt, wat Hij doet en hoe het toegaat in Zijn rijk, kan kun je niet om het beeld van het zaad en van het zaaien heen. Denk ook aan de graankorrel die in de aarde sterft.

Dat zaadje van vandaag groeit uit tot een boom en wat te denken van het landelijke beeld van een akker, als uitdrukking voor de gang van zaken in het koninkrijk van God? Het gewas groeit maar niemand weet hoe. Je ziet met een beetje fantasie de golvende velden met koren voor je, een beetje zon erop en het goud glanst je tegemoet en is een prachtig beeld van vrede en overvloed, een echt klassiek plaatje zou je kunnen zeggen, een pastorale zonder weerga wat mij betreft.

Het past ook bij deze tijd  van het jaar, de zomertijd die tevens vakantietijd is. Dat laatste is in die zin belang dat dan juist de alledaagse gang van zaken wordt verlaten om allerlei dingen los te laten, niets te doen zogezegd dan wel niet bewust productief en efficiënt hoeven te zijn. Een tijd van op adem komen, recreëren ofwel herscheppen en het opnieuw op krachten komen, zou je kunnen zeggen. En al die dingen zijn van belang voor een nieuwe periode van er weer tegenaan kunnen.

Tegelijkertijd dien je vanuit het perspectief van het koninkrijk van God daar ook enige vraagtekens bij zetten. Want accu opladen of iets dergelijks is natuurlijk prima maar niet persé kenmerkend of bepalend voor de gang van zaken in het rijk Gods. Dit terwijl het evangelie van vandaag juist dat we het in die richting gaan zoeken, in de richting van dat Rijk, steeds weer en niet alleen in de vakantietijd. Want juist in dat koninkrijk van God is de gang van zaken niet die van eigen maakbaarheid en van daartoe heel goed je best doen is,  maar allereerst van de openheid en de ontvankelijkheid voor God. Dit  om dat wat gegeven is met open hand en hart te aanvaarden en daarvoor de Schepper en Vader te danken. Daarna kun je er dan verder werk van maken.

Of nog iets anders onder woorden gebracht: Wat er vooral mee gezegd wil zijn is dat het in het rijk Gods niet  gaat om het leveren van een uiterste krachtsinspanning in de zin van hoe beter je je best doet, hoe beter het ook zal gaan. Het meest wezenlijke heb je niet in de hand.  Dat ontvang je. Tegelijk bevinden we ons hier ook op het terrein van de goddelijke deugd die hoop heet. Er is reden om steeds hoop te blijven houden, dat zaken zich ten goede kunnen keren. En juist in dat alledaagse leven  is het mogelijk om deel te hebben aan dat rijk van God.

Het kleinste zaadje wordt de grootste boom.  Dat is een heel helder en begrijpelijk beeld enerzijds en tevens een teken van de macht van God die dat mogelijk weet te maken. Uit het kleinste juist het grootste doen voortkomen. Dat is op zichzelf al opmerkelijk of een grote prestatie. Even kijkend naar de eerste lezing, dan zien we dat daar iets soortgelijks aan de hand, niet toevallig. God toont zijn macht. In de profetie van Ezechiël doet God een belofte die Hij inmiddels heeft ingelost via de komst van Zijn Zoon in onze wereld. Het beeld van de ceder mag naar Hem verwijzen.

Hoe wonderlijk is eigenlijk de gang van zaken is in het  rijk van God?  Dit als Hij toont hoe groot en machtig Hij is en wij mensen daarbij absoluut niet van ondergeschikt belang zijn in dat rijk omdat wij immers de burgers of inwoners ervan zijn? Maar tegelijkertijd is het ook zo dat wij het daar slechts in heel beperkte mate voor het zeggen hebben omdat God de bouwer en de instandhouder ervan is. Zo mogen deze lezingen ons aanzetten tot een steeds weer overdenken, overwegen, bemediteren van Gods rol in ons eigen leven en die van onszelf in Zijn dienst. Ofwel, houden we een beetje de goede rolverdeling aan, staan we in Zijn dienst en niet in die van onszelf, houden we oog voor Zijn initiatief en het onveranderlijke of moet het steeds weer naar onze eigen wensen enz. enz.? Dat zijn vragen die we ons steeds mogen blijven stellen. Zo leer je dan vanzelf wat meer over dat koninkrijk van God en hoe het ermee staat dan wel of het nog wat wordt.

Deze vakantietijd mag ook nu weer een tijd zijn van verkwikking, van reizen en uitrusten en genieten en mag ons allemaal hernieuwd op het juiste spoor zetten in onze eigen relatie tot God. Dat die band steeds sterker mag worden, met name door het woord en voorbeeld van Christus onze Heer. Dat wij met zijn genade meewerken en vooral ook biddende mensen mogen zijn. Door diezelfde Christus onze Heer. Amen.