Moge uw liefde steeds rijker worden aan inzicht en fijngevoeligheid

Paulus, Filipp. 1,9a - Lezing, zondag 9 december

Preken

Overweging 33e zondag door het jaar / 18 november 2018

Overweging 33e zondag door het jaar / 18 november 2018

Lieve mensen, u die God dierbaar bent,

Californië. Een stadje met nota bene de naam ‘Paradise’. Vuur. Geen zon meer te zien. De hel, die, als die bestaat, ik me zo voor zou stellen. Later beelden van getuigen die beschrijven – te gruwelijk voor woorden – hoe mensen hebben proberen te vluchten, maar levend verbrand werden in hun auto’s, aan de kant van de weg, achtergebleven in hun huizen omdat ze niet bij machte waren te vluchten. En nog weer later beelden van karkassen van auto’s, huizen, en as, heel veel as. Een gruwelijk grauw beeld.

Dit beeld komt bij me op als ik de eerste alinea uit het evangelie van deze zondag hoor. Er wordt gesproken over verschrikkingen, een verduisterde zon en logischerwijs een maan die dan geen licht meer geeft, van sterren die van de hemel gevallen zijn (klinkt toch heel anders dan vallende sterren) en hemelse heerscharen in verwarring. Wie zou daar niet van schrikken en in verwarring raken?

Is dit het einde van de tijd, zoals verderop in het evangelie beschreven: ‘wanneer gij al deze dingen ziet, weet dan dat het einde nabij is, ja voor de deur staat’. Je zou het bijna denken. Maar vervolgens schrijft de evangelist Marcus: ‘dit geslacht zal niet voorbijgaan totdat dit alles gebeurd is’. Ik kan over heel veel dingen twijfelen, maar ik weet zeker, dat sinds Marcus dit opschreef, er heel wat geslachten voorbijgegaan zijn. Kortom, blijkbaar wordt er toch iets anders bedoeld.

Door meer schrijvers van onze Bijbelboeken zijn gruwelijkheden, beelden van een eindigende tijd beschreven. Ook in onze eerste lezing zien we vergelijkbare woorden opgetekend door de profeet Daniël. Zijn die dan bedoeld als een voorspelling: dit gaat er gebeuren? Of zijn ze eerder bedoeld als een waarschuwing: pas op, bereid je voor op het einde van wat nu heerst en bereid je voor op een nieuwe, andere tijd? Ik denk aan onze verkeersborden. Driehoekige borden met een rode rand geven altijd een waarschuwing aan: pas op, gevaarlijk kruispunt. Pas op, werkzaamheden aan de weg. Maar daarmee betekenen ze nog niet dat er ongelukken staan te gebeuren.

Mijns inziens is er eerder sprake van zo’n waarschuwing. Maar een waarschuwing waarvoor dan? Ik ga u proberen mee te nemen in mijn overdenkingen hierover.

Op televisie werden en worden we regelmatig geconfronteerd met beelden van verwoestende krachten van de natuur, zoals ik aan het begin van mijn overweging beschreef. Als mens lijden we daaraan. Allereerst de mensen die dit overkomt, op de tweede plaats degenen die de helpende hand bieden, en zelfs wij op afstand. ‘Het is toch verschrikkelijk’ en we leven mee. Dichterbij worden we regelmatig geconfronteerd met het leed dat anderen en onszelf overkomt, met het leed dat mensen elkaar aandoen, met het geweld dat de menswaardigheid teniet doet. Soms zijn er dan van die momenten dat je diep in jezelf kunt ervaren: zo heeft God ons, de mens, niet bedoeld. We zien en ervaren pijn en lijden en in ons leeft een verlangen op naar gerechtigheid, naar vrede, naar barmhartigheid, naar iets doen om te helpen. Zo roepen de lezingen van vandaag bij mij dat verlangen op. Sterker: ik ervaar dan iets in mijzelf van een gevoel dat het goede toch ooit zal moeten zegevieren.

Ik kom dan bijna als vanzelf bij de tweede alinea van ons evangelie, waarin beschreven wordt dat de Mensenzoon dan zal komen. ‘Dan’ betekent ‘na die verschrikkingen’. Die ‘Mensenzoon met grote macht en heerlijkheid en met zijn engelen’ staat voor een nieuwe, andere tijd. Je zou kunnen denken aan een andere tijd over de grens van ons leven heen. Ik denk altijd liever aan het hier en nu. Een andere tijd, een Rijk van God hier en nu, bij ons. Te midden van alle ellende die er is en die er vast ook zal blijven. Als het zo mag zijn dat het verlangen naar die waarden, die ik al noemde, gewekt wordt, dan worden we daarmee in beweging gezet. Actief, er op uit, iets doen. Je ziet dat aan de vele helpers, die in zulke gevallen opstaan. Zelfs mensen vanuit ons land, die dan ineens zodanig geraakt zijn, dat ze hun boeltje oppakken en mensen in de verre, vreemde gaan helpen. Of wij, die toch op zijn minst geld overmaken, zodat anderen met ons goede geld geholpen kunnen worden.

Crisismomenten kunnen ons, die willen leven vanuit onze christelijke inspiratie, helpen op te staan, in beweging te komen, mee te bouwen aan het Rijk van God onder ons. In beweging komen kan groot zijn, zoals ik beschreef, maar kan ook klein zijn. Elkaar troosten, bemoedigen, nabij zijn of het zelfs alleen maar uithouden met de ander. Ieder van ons gaat daarin zijn of haar eigen weg. Op momenten als vanavond/vanochtend in de viering komen we samen en delen we dit met elkaar. Zo hopen we weer wat op te doen aan inspiratie, om verder te kunnen gaan. Juist ook wanneer we weer geconfronteerd worden met beelden of ervaringen die ons pijn doen. Amen.

Lonneke Gunnink – van den Berg