%20" async>

“Een man weet pas wat hij mist als ze er niet is.” Als ze er niet is - De Dijk.

Dit voorjaar heeft de corona pandemie de wereld en dus ook ons land overvallen. Alles ging even anders en zo ook werd mijn priesterwijding die 6 juni j.l. zou hebben plaatsgevonden uitgesteld.

gauthierDeze zal nu plaats hebben om 25 juli, feest van de heilige apostel Jacobus de meerdere (Santiago de Compostella is naar hem vernoemd en daar wordt hij vereerd). Dit zal natuurlijk plaats hebben binnen de beperkingen die voor vieringen in de Kerk gelden. Desalniettemin ben ik erg dankbaar dat de wijding met slechts een kort uitstel nu plaats zal hebben.  Voor mij is het iets waar ik vanaf mijn tienerjaren al mee bezig ben en naar verlang; een verlangen dat de afgelopen vijftienjaar steeds meer vorm heeft mogen krijgen. Doordat het zo vanzelfsprekend aanwezig was in mijn leven krijgt het ook iets van een gewenning en iets onbewusts. Dit merkte ik extra duidelijk toen half maart ik te horen kreeg dat mijn wijding werd uitgesteld. Het verlangen dat ik diep in mij voelde en de verwachting van het inlossen van dit verlangen waar ik zo lang naartoe had geleefd en gewerkt werden plots, door de omstandigheden, uitgesteld. Dit was een grote teleurstelling ondanks de zeer begrijpelijke keuze binnen de omstandigheden. Deze teleurstelling liet mij echter wel de diepte en grootte van mijn eigen verlangen zien die door zijn vanzelfsprekende aanwezigheid wel eens uit het oog verloor.

Bij het beschrijven van deze gang van zaken komt het lied van De Dijk mij in het hoofd: “Een man weet pas wat hij mist als ze er niet is.” Dit gold dus ook voor mij. Ik wist pas hoe diep mijn verlangen was door deze situatie. Nu ben ik dus extra dankbaar en verheugd dat ik op 25 juli door kardinaal Eijk in Utrecht tot priester zal worden gewijd en daarmee meer gelijkvormig aan Christus de sacramenten van boete en verzoening, ziekenzalving en Eucharistie mag bedienen.

Het sacrament van de wijding: de belangrijkste elementen van een priesterwijding

Aan de priesterwijding gaat steeds een diakenwijding vooraf. De betekenis hiervan is heel mooi. Een priester krijgt de bijzondere taakk om Jezus te volgen in zijn herder-zijn en krijgt dus ook bepaalde verantwoordelijkheden over een gemeenschap. Eerst moet hij echter diaken (van het Griekse diakonos, dienaar) worden, dienaar van allen. Enkel een bisschop kan iemand tot priester wijden. Als priester ben je dan ook een medewerker van de bisschop en sta je hem bij in zijn taak als herder in een bepaald bisdom. Je kan geen priester worden "op jezelf" of voor jezelf.

Een priesterwijding is altijd opgenomen in een eucharistieviering die wordt voorgegaan door de bisschop. Het wijdingsgedeelte volgt onmiddellijk na het Evangelie.

Dit begint met het voorstellen van de wijdeling door de rector van het seminarie aan de bisschop en de vraag om hem tot priester te wijden.

Na de homillie volgt dan de ondervraging van de wijdeling.

De bisschop peilt aan de hand van enkele vragen of de intenties van de wijdeling wel de juiste zijn. Hij vraagt onder meer of hij bereid is om hem bij te staan in zijn herderlijke zorg voor het volk van God. De priester in spe moet ook bereid zijn voor te gaan in de liturgie, en het evangelie en het katholieke geloof te verkondigen.

Tot slot vraagt de bisschop ook of hij breid is om zodanig te leven dat zijn leven als een offergave kan worden gezien, in vereniging met Christus.

De wijdeling belooft gehoorzaamheid aan de bisschop en zijn opvolgers.

De aanvaarding van het celibaat wordt op de priesterwijding niet expliciet meer vernoemd, omdat dit al op de diakenwijding beloofd wordt.

Een moment dat altijd heel wat indruk maakt is de litanie van alle heiligen.

Het is tijdens deze gezongen litanie, waarbij onder andere de hulp van alle heiligen wordt gevraagd, dat de wijdeling plat ter aarde gaat liggen. Dit op de grond liggen, de prsternatie, staat symbool voor de graankorrel die eerst moet sterven voordat hij vrucht kan dragen.

Tijdens de handoplegging left eerst de bisschop de wijdeling in stilte de handen op.

Daarna leggen ook alle aanwezige priesters de handen op, als teken van de opname in het priesterkorps.

Er volgt een lang wijdingsgebed waarbij de bisschop op het einde bidt:

"Wij bidden U, Almachtige Vader, verleen uw dienaar hier de waardigheid van het priesterschap; wek opnieuw in hem uw Geest met zijn heiligende kracht. Geef hem het ambt van medewerker in onze bediening, en zorg dat zijn leven voor uw volk een voorbeeld is."

Vanaf dat moment is de wijdeling priester. De diakenstola wordt ingeruild voor een priesterstola en kazuifel. De handen worden gezalfd met chrisma. De bisschop pverhandigt de kelk en de hostieschaal aan de nieuw gewijde priester als teken dat hij voortaan ook zelf de eucharistie mag voorgaan en dit een centrale plaats moet krijgen in zijn leven.

Het wijdingsgedeelte wordt afgesloten met de vredeskus. De bisschop wenst de nieuw gewijde priester de vrede. Daarna gaan zij ook naar de familie en naar de concelebrerende priesters om hen de vrede te wensen.

De eucharistie gaat verder met de bereiding van de gaven, de pregatie en het eucharistisch gebed. Het is de bisschop die hierin voorgaat en dus niet de nieuwgewijde priester. Dikwijls wordt er nog gesproken over de "eerste mis" van een nieuwe priester, maar eigenlijk is dit de priesterwijding zelf, aangezien hij dan voor het eerst mag concelebreren. Later volgt dan wel nog een dankviering.

Bron: Bisdom Brugge (www.bisdombrugge.be en kerknet.be)