Doet dit tot mijn gedachtenis

Jezus (Paulus, 1 Kor 11, 24b) Lezing Sacramentsdag 23 juni

Parochiaan aan het woord

Herders en wijzen

  • driekoningen.1.jpg

Lucas en de herders


Lucas schrijft zijn evangelie ongeveer vijftig jaar na Jezus' dood. Na alles onderzocht te hebben, wilde hij de betekenis van Jezus eens vastleggen. Dit zegt hij ook in het begin van zijn evangelie.

Lucaskenners zeggen dat hij het kerstverhaal er later aan heeft toegevoegd omdat een dergelijk belangrijk personage een geboorteverhaal dient te hebben, net zoals dit van grote profeten en koningen is beschreven.

Het kerstverhaal in Lucas 2 is dan ook van andere aard en orde dan de hoofdstukken daarna. Daarin is Lucas als historicus redelijk betrouwbaar, het kerstverhaal daarentegen is een mythe, geen geschiedkundig verhaal, al kloppen die jaartelling en de genoemde heersers wel, maar wel een mythe met betekenis, geschreven in aansprekende beelden, zoals de bijbel in veel passages ook geen geschiedkundig of natuurkundig boek is, maar een theologisch boek. Het gaat er niet om wat er precies gebeurd is, maar om welke betekenis dit heeft.

Lucas begint dan met een scherpe tegenstelling: tussen de machtige keizer en het arm-geboren kind dat de Messias is. Niet de machtigen, zoals de koning en de schriftgeleerden krijgen als eerste het goede nieuws te horen, maar de herders, de domme uitgestotenen van die tijd; zij sliepen bij hun schapen op het veld. Ja, van de Messias hadden zij wel iets vernomen. Wel mogen we aannemen dat zij, net zoals velen en zelfs de apostelen lange tijd dachten dat de Messias hen zou bevrijden ... van de wrede Romeinen, de heersers in het land. Lucas wil vertellen dat de Messias er voor iedereen is, ook en vooral voor de armen en uitgestotenen.

Er zijn veel elementen in het hele verhaal die in alle verhalen over de groten van die tijd al voorkwamen en die dus wel bekend waren, onder andere uit de Egyptische mythologie. Zo bijvoorbeeld de aankondiging door een engel en de geboorte zonder tussenkomst van een man. Zo werden ook de Farao's en de Egyptische goden geboren. Zij werden 'Zonen van (de Zonne-)God' genoemd. Dat nu Jezus 'de Zoon van God' wordt genoemd, was in die tijd een regelrechte provocatie. Zo werd immers alleen de keizer van Rome genoemd. Deze zou verwekt zijn door de god Apollo en hij noemde zich "de vredebrenger opaarde."

Het kerstverhaal oogt romantisch, het is eerder revolutionair. De Pax Romana was geen vrede, het was hierarchische stabiliteit in het rijk, gehandhaafd door zeer wrede legers. Lucas wil zeggen dat Christus de echte brenger van vrede is, de Pax Christi, als we hem navolgen en zijn aanwijzingen - die de zaligsprekingen en meer - opvolgen.

Later zou Jezus zeggen: "Mijn vrede is niet zoals de werels die brengt" en "Mijn koningschap is niet van deze wereld". Maria zong al eerder: "Heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien." Voorwaar een revolutionair lied.

Matheus en de wijzen

Ook Matheus vertelt het kerstverhaal, ook zo'n vijftig jaar na Jezus'dood, zij het beduidend korter, maar ook Matheus schetst ons een scherpe tegenstelling. Als de wijzen uit een nieuwe ster (komeet?) concluderen dat er een koning is geboren, gaan zij als vanzelf naar de koning in Jeruzalem, maar daar moeten zij niet zijn.

Zij moeten naar Betlehem, naar een stal en een kribbe - hoewel het gezin intussen waarschijnlijk was teruggekeerd naar Nazareth, waar woning en werkplaats gelegen waren; zeker als je de lange reistijden in die tijd in acht neemt, maar daar gaat het Matheus niet om.

Hij wil kennelijk aangeven dat de Messias er voor alle volken is, niet alleen voor de Joden - zoals Paulus later ook schreef aan de christenen van Efese. Je moet hem niet zoeken in het centrum van de macht, Jeruzalem, maar aan de rand van de maatschappij, in een schuur of stal. Daarheen moeten de dure geschenken gebracht worden.

Direct daarna vertelt Matheus ons van het snode plan van de wrede Herodus om alle kinderen van Betlehem te vermoorden om zo de macht te kunnen behouden. Een engel waarschuwt Jozef en Maria en stuurt ze naar Egypte: als vluchtelingen dus.

"Eer zij God in onze dagen, eer zij God in onze tijd ..."

Onze tijd ... vluchtelingen, migranten, ongelijkheid, polarisatie, oorlog, onrecht, 'vrede' door een evenwicht in atoombommen, maar ook van enorme rijkdom en een schaamteloos consumentisme, juist met kerstmis ...
Wij kunnen nog wel iets leren van het evangelie ...

We gaan dit doen dit jaar in deze parochie, aan de hand van de zaligsprekingen: zalig de zachtmoedigen, zalig de brengers van vrede ... en meer.

Frans, parochiaan van de Broederen.