Doet dit tot mijn gedachtenis

Jezus (Paulus, 1 Kor 11, 24b) Lezing Sacramentsdag 23 juni

Parochiaan aan het woord

Hoe heet God?

  • Jaweh.jpg

Hoe heet God?

Kort geleden hoorden wij in de lezing Mozes aan God vragen: Hoe heet u dan? Wat moet ik de mensen zeggen?
God zei toen "Ik ben die ben", ook vertaald als "Ik ben die is", soms ook als "Ik ben Het Bestaan (zelf)", moderner vertaald als "Ik ben Het Zijn (zelf)".

Nu las ik in een tijdschrift, de Mantra van Lente 2019, een uitleg over de Hebreeuwse namen van God.
Dit zijn er twee.

  • In Genesis is het "Elohim", wat het meervoud is van "Schepper-God" - meervoud dus. Het zogeheten "majesteitelijke meervoud" ("Wij, koningin der Nederlanden")? Of werden er meer scheppende goden aangenomen?
  • Later verschijnt de naam "JHWH" (Jahweh), die overigens niet eens uitgesproken mocht worden.

Intussen hebben, volgens de klassiek-Joodse leer, de "kabbala" geheten, alle letters en cijfers van het Hebreeuws ook een symbolische betekenis.

De eerste letter is de Yod, de kleinste letter van het Hebreeuwse alfabeth, geschreven als een hoge komma. Die komma is tevens het begin van de schrijfwijze van alle andere letters. De betekenis kan dus zijn: 'Het eerste begin' of 'de oorsprong van alles'.

De tweede letter is de H. deze verwijst naar 'raam', 'winddeur', 'wind, lucht en adem'. In Genesis is het de adem van God die de mens het leven, de ziel, inblaast.

De derde letter is de W, de Vav in het Hebreeuws. De vorm ervan is die van een spijker, met de betekenis van 'vasthouden / vastzetten (in je geest)'.

De vierde letter is weer een H, maar dan geschreven met een punt in het midden ervan. Dit staat voor wat je ziet als je naar buiten kijkt en de werkelijkheid ziet.

Je kunt dan (zeg ik nu, niet het artikel) de vier letters samen lezen als "God is de oorsprong van alles, Hij is het die de mens beszielde en die in de mens aanwezig blijft; zie toch: dit is de werkelijkheid".

Waar woont God?

Die aanwezigheid van God in elke mens wordt dan in de gnostiek beschreven als "de goddelijke vonk", want helemaal kunnen we Hem niet bevatten als mens, we moeten het doen met een vonk, het kleine lichtje in ons. Blaas die niet uit, blaas hem aan!

De schrijver, Rinus van Warven, gaat nog even verder over dat 'wonen' van God. Hij haalt het boek Kronieken aan, waarin David, kort samengevat, zegt dat hij in een mooi paleis woont, maar God het nog altijd moet doen met een tent. Zullen we voor God maar eens ook een mooi huis bouwen?

Dan spreekt God door de profeet Nathan. Hij zegt dan, kort samengevat: 'Bouw geen huis voor mij! Ik heb altijd gewoond in het tabernakel van een tent. Zo ben ik met de Israelieten meegegaan uit Egypte. Ik ga nu eenmaal van de ene plaats naar de andere', op te vatten als 'Ik reis met de mensen mee. Als ze in een eng land terechtkomen, in angst en onderdrukking, leid ik ze hieruit en reis ik met hen mee.'

Andersom staat het in het lied: "Ga met God en Hij zal bij je zijn".
"God met ons" stond ooit op de rand van de gulden.
Wij zeggen "Dominus vobiscum": "God zij met u".

Mooi, toch: Wij gaan met God, God gaat met ons.
Wie is God dan? 'Het Zijn (zelf)', de oorsprong van alles, de bezieler van de mens die in en bij ons blijft - geloof dit nu maar, het is waar.'

Frans, parochiaan van de Broederen