Ik ga heen maar ik keer tot u terug

Jezus in Johannes 14: 28.

Preken

Overweging 3e Zondag Veertigdagentij, 24 maart 2019

Overweging 3e Zondag Veertigdagentij,  24 maart 2019

(Lezingen: Exodus 3, 1-8a.13-15 en Lucas 13, 1-9)

Wat hebben we een beladen en bewogen week achter de rug. Een verwoestende orkaan in Mozambique. Een politieke aardverschuiving in eigen land afgelopen woensdag bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Maar ik doel vooral op de terroristische aanslag vorige week vrijdag op biddende mensen in een moskee in Christ Church in NZeeland…50 doden…en afgelopen maandag die dodelijke aanslag in Utrecht…3 doden.

In het evangelie wordt ook verhaald over vreselijke gebeurtenissen. Een groep Galileeërs die op gruwelijke wijze door Pilatus is omgebracht en  de toren van Siloam die neergestort is op een groep mensen, 18 doden.

En wat je toen zag, zie je ook nu gebeuren. Mensen zijn er als de kippen bij om de vreselijke gebeurtenissen te duiden… om schuldigen aan te wijzen. Wij…wij hebben er niets mee te maken. Nee…zij wel…en zij ook …en daar gaan de vingers die schuldigen aanwijzen. En meer dan eens gebeurt dat op een wijze waar je koude rillingen van krijgt. Zoals de Nazi’s in WOII de joden van alles de schuld gaven met alle verschrikkelijke gevolgen vandien. Zoals IS de christenen, de westerlingen tot schuldigen maakt en uit de weg wil ruimen. Zoals ook bij ons met de vinger soms wel erg gemakkelijk wordt gewezen naar moslims/de Islam…naar immigranten, vluchtelingen…

In het evangelie blijkt uit de reactie van Jezus dat de mensen zich afvroegen of de slachtoffers die door Pilatus waren omgebracht en de slachtoffers die onder de toren van Siloam terecht waren gekomen, het niet aan zichzelf te wijten hadden. Zij zullen wel wat verkeerds hebben gedaan, waarvoor zij moesten worden gestraft. Het is m.a.w. hun eigen schuld.  

En laten we maar niet te meewarig of neerbuigend kijken naar de mensen uit die tijd. Immers ook wij zijn best wel snel geneigd anderen met schuld of verantwoordelijkheid te overladen, als het misloopt in hun leven. Eigen schuld dikke bult, zeggen we dan. Ze hebben het zelf gezocht. Wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten. Boontje komt om zijn loontje. Wie niet horen wil moet voelen. Het zijn zinnetjes die we te pas, maar vaak ook te onpas gebruiken bij het opvoeden van kinderen, thuis en op school. En bij het beoordelen van anderen. Als iemand faalt, als een plan of een project mislukt, zal het wel hun eigen schuld zijn. En wij…wij wassen onze handen in onschuld.

Bij de aanslagen in NZeeland en Utrecht worden god-zij-dank niet de dodelijke slachtoffers verantwoordelijk gehouden voor hun lot. Maar we wijzen nog steeds graag met het vingertje van ons af. Natuurlijk… de schutter, de aanslagpleger is schuldig…maar daar kan het niet bij blijven toch… dat zou al te simpel zijn…Nee, het moet groter zijn, te maken hebben met afkomst, migratie, slap beleid, wegkijken, politici die falen,  wanbeleid.

Het is misschien anders dan in de tijd van Jezus. Maar het principe is hetzelfde. Het gelijk staat aan de kant/onze kant, heft het vermanende vingertje en wijst van zich af naar de verantwoordelijken, de schuldigen: hij…zij… 

Jezus gaat daar in het evangelie niet in mee. Jezus wijst dat soort antwoorden op en duidingen van tragiek, ongeluk meteen af. Zij hebben niet meer fout gedaan dan anderen, ze zijn niet meer zondaar dan jullie allen.  Denk erom dat het ook jou kan overkomen, dat ook jij kunt terechtkomen in de hoek waar de klappen vallen.'

M.a.w. kijk ook eens naar jezelf voordat je te snel de vinger naar een ander wijst.

Ben jezelf, doe jezelf zoveel beter?

En Jezus illustreert dat met het prachtige verhaal van de onvruchtbare vijgenboom. Die boom staat in een wijngaard. Hij heeft al drie jaar geen vrucht gedragen. Hoe komt dat? Wie is daarvoor verantwoordelijk? Wie heeft schuld. De eigenaar van die wijngaard weet het antwoord: de boom zelf; die deugt niet; die is schuldig en moet zo snel mogelijk worden omgehakt. Want dit is grondverspilling.
En dan die man die de onmiddellijke zorg heeft voor de wijngaard. Hij piekert er niet over om de boom zonder meer om te hakken. Hij pleit bij zijn heer om een jaar uitstel. In dat jaar wil hij nog eens extra aandacht aan die vijgenboom besteden. Hij zal hem nog eens goed bemesten en de grond erom heen nog eens omspitten. Hij trekt het een beetje op zijn fatsoen. Wellicht heeft hij in de afgelopen periode te weinig aandacht aan de boom besteed. Als de boom over een jaar nog geen vrucht draagt, dan kunt u hem omhakken, zegt hij tegen zijn heer. (Let op: hij zegt niet: dan zal ik hem omhakken).

Een ontwapenende levenshouding. De mildheid en de wijsheid die uit zijn woorden spreken, getuigen van zelfkennis. De man wenst niet meteen de schuldige aan te wijzen. Hij zegt niet: Die boom deugt niet; daar zit geen groeikracht in; dat heb ik eigenlijk al van begin af aan gezien. Nee, hij stelt vragen aan zichzelf. Die komen hierop neer: Misschien komt het (ook) wel door mij dat die boom niet tot bloei komt.

Deze man zal het niet bij woorden alleen hebben gehouden. Hij zal zijn handen uit de mouwen hebben gestoken om te spitten en te bemesten…om die boom zo een echte nieuwe kans te geven.

Mensen…elkaar.. nieuwe kansen geven vraagt m.a.w. niet alleen maar mooie woorden. Er staat ons noeste arbeid te wachten. Geduld en mildheid moet worden gedaan en betracht…je moet er daadwerkelijk willen zijn voor elkaar.

Dat mag toch van ons , christenen, katholieken, worden gevraagd? Dat wij er daadwerkelijk willen zijn voor elkaar zoals God er – met een verwijzing naar de eerste lezing -  ook is voor ieder van ons.

God noemt zichzelf: ik ben die is. Ik ben er. Ik zal er zijn.

Ik zal er zijn….voor u...voor jou…voor mij….voor die onvruchtbare vijgenboom….voor die mens die dreigt uitgesloten te worden.

Zullen ook wij dat maar proberen? Zo vaak mogelijk die houding aan nemen: ik zal er zijn voor jou. 

Ik vond de stille tocht in Utrecht en het vrijdaggebed in Christ Church waar duizenden van allerlei komaf meeliepen en meebaden, een indrukwekkende uiting van precies juist dat: wij willen er zijn voor elkaar.

Amen

Harry Bloo, pastoraal werker parochies H. Kruis en H. Lebuinus