De Heer zegent zijn volk met vrede

Psalm 29 - Communio - Zondag 24 november, Christus Koning

Preken

Dankbaarheid is een bloem die in slechts weinig tuinen bloeit

Dierbare mensen,                                                                                        

‘Dankbaarheid is een bloem die in slechts weinig tuinen bloeit’. U kent die uitdrukking wel. Ik moest er aan denken bij het lezen van de lezingen van deze zondag. Ik moest ook denken aan hoe ik leerde bidden van mijn moeder. Ik mocht altijd alles vragen aan God, behalve geld, maar ik moest vooral nooit vergeten achteraf te bedanken. En zo doe ik het nog steeds. Eveneens denk ik aan de opgegeven misintenties waar er regelmatig een bij zit ‘uit dankbaarheid’ al dan niet vergezeld van de reden van de dankbaarheid.

Dankbaarheid is een kostbaar goed waar niet iedereen uitdrukking aan geeft. Dat blijkt. Uit onze lezingen. In de eerste lezing wordt een Syriër met de naam Naäman genezen middels gelovige rituelen die hem onbekend zijn. Hij is intens dankbaar.

In het evangelie blijkt dat het niet vanzelfsprekend is dat je je dankbaarheid laat horen of zien. Slechts een van de tien die genezen zijn komt terug om ‘dank je wel’ te zeggen. Wil dit nu zeggen dat die andere negen niet dankbaar zijn? Om precies te zijn kunnen we dit niet achterhalen. Wat we lezen is dat Jezus vraagt waar de andere negen zijn en of er geen te vinden is - behalve deze die wel bedankt, die van elders komt – die God komt verheerlijken. Is dit een oordeel? Ik hoor er niet zozeer een oordeel in. Ik denk eerder aan hoe dat in de praktijk gaat. Je bent wel dankbaar, maar het leven gaat verder. Je kunt weer alles wat je kon, je gaat weer aan de slag en wordt, voor je het goed en wel weet, volledig in beslag genomen door wat er allemaal moet gebeuren. En het schiet er bij in om even te terug te gaan en ‘dank je wel’ te zeggen.

Door de manier waarop deze zondag ons verhaal verteld wordt, komen allerlei lagen bloot   te liggen. Ik focus me in deze overdenking op een van die lagen: namelijk de laag van het feit dat degene die terugkeert om te bedanken degene  is die van elders komt, een vreemdeling, een niet-gelovige of een anders-gelovige.

Naäman is een Syriër en gelooft in andere goden. Dankzij het vaste geloof van een meisje uit Israël dat ze gevangen en meegenomen hebben, komt Naäman bij de profeet Elisja terecht. Dat meisje zegt tegen Naämans vrouw: “och, zou mijn heer maar bij de profeet van Samaria komen, dan zou hij wel genezen worden van zijn huidziekte”. Het vervolg hebben we gehoord. Naäman wordt niet alleen genezen van zijn huidziekte, een zeer zichtbare ziekte, maar gaat ook geloven in die ene God van Israël. Hij wil rode aarde meenemen, een stukje van Israël, zodat hij voortaan God kan aanbidden op Gods eigen grond.

Van alle tien die genezen zijn komt in het evangelie alleen de Samaritaan terug om te bedanken. Hij ziet daarmee in dat Jezus in Gods naam spreekt en handelt. Ook hij komt tot geloof. En daarmee wordt duidelijk dat Jezus niemand afwijst of uitsluit. 

Beiden, de Syriër en de Samaritaan, zijn dus niet alleen dankbaar voor hun genezing maar voor veel meer dan dat: een sterk geloof, vaste grond om op te bouwen, hoop in onzekere, moeilijke of bange tijden. Want dat is wat geloof hier is. Voor hen is het een nieuw leven, een soort opstanding.

Onlangs nog hoorde ik van een parochiaan, die zelf kampt met ernstige psychische problemen, dat ze in de week van de eenzaamheid iemand had bezocht. Het had haar zo goed gedaan. Ze was intens dankbaar. Zo eenvoudig kan het dus zijn. Misschien mag ik het ook bij haar als een klein opstandingsverhaal zien. Door haar ontmoeting waren de rollen onverwacht omgedraaid, had zij iets moois voor die ander betekend in plaats van dat anderen altijd iets voor haar doen en betekenen.

Ik kom terug bij de uitdrukking: ‘Dankbaarheid is een bloem die in slechts weinig tuinen bloeit’. Ik weet niet of het werkelijk zo is dat dankbaarheid ver te zoeken is. Zichtbare, merkbare dankbaarheid is vaak ver te zoeken. Als we elkaar niet meer deelgenoot maken van wat in ons leeft, zoals die dankbaarheid, dan wordt het erg leeg en kaal in ons leven. De verhalen vandaag maken ons duidelijk dat waar we iets verwachten, waar we in deze gevallen uitgesproken dankbaarheid verwachten, het niet komt. En waar we het niet verwachten, daar komt het wel. Dat doorkruist onze verwachtingspatronen, ons oordeel en misschien zelfs ons vooroordeel.

Laten ook wij – daar waar het kan - dankbaar zijn. Dat er meer en meer van die bloemen mogen bloeien in onze tuinen. Dat wij met elkaar onze verhalen van dankbaarheid, van opstaan tot nieuw leven, met elkaar delen. Amen.